Niet-Griekse mythe: Chinese mythe

De grote klok van Peking: Een Chinese mythe

Toen Peking tot hoofdstad van China werd verheven, beval keizer Yung Lo dat er twee grote torens moesten worden opgericht. De ene zou een uitkijktoren zijn en een magnifieke, grote trommel huisvesten. De andere zou dienen om alarm te slaan en daarin zou een grote klok komen te hangen. Deze klok zou voor twee doeleinden dienen. Ten eerste zou zij worden geluid als er een vijand voor de muren verscheen. Maar ook moest zij groter en luider van klank zijn dan alle andere klokken in China en als zodanig een passend symbool voor de nieuwe hoofdstad van het land. Yung Lo zocht daarom de meest geroemde klokkengieter van China aan, een zekere Kuan Yu. De keizer legde uit wat hij verlangde en gaf de man een beurs met goudstukken om een legertje vaklieden in dienst te kunnen nemen en de aankoop van het nodige materiaal te bekostigen. Kuan Yu ging meteen aan het werk, maar het duurde nog drie maanden voor hij kon berichten dat de klok klaar was. Ogenblikkelijk ging de keizer op weg met een triomfstoet, op de schouders geddragen op zijn gouden troon en omgeven door hovelingen en muzikanten. Zo arriveerde hij bij de werkplaats van Kuan Yu. Nu was de klok nog niet helemaal afgewerkt, maar de vorm waarin ze gegoten zou worden stond gereed en het metaal was gesmolten en stond te borrelen in de kuip. De keizer nam zijn plaats in en op zijn teken begon de laatste fase van de vervaardiging van de klok. De reusachtige kuip met gesmolten metaal werd gekanteld. Een zilveren stroom vloeide sissend door de goten en verdween kolkend in de gietvorm. Nu was wachten geboden tot het metaal zou zijn afgekoeld. Maar eindelijk kon de gietvorm worden stukgeslagen en kwam de klok tevoorschijn. De keizer en zijn hovelingen bogen voorover. De vorm werd van de klok gepeld, net als een eierschaal. Kuan Yu werd doodsbleek en de adem van de hovelingen stokte, want er was iets mis gegaan. De klok zat vol putten en gaten. Ze was volstrekt niet te gebruiken. Drie maanden werk en een klein fortuin aan goud waren voor niets verspild.

Gelukkig was Yung Lo vergevensgezind. Hij gaf de klokkengieter een tweede beurs met goud en droeg hem op opnieuw te beginnen. Weer vertreken er drie maanden en in die tijd zwoegde Kuan Yo als een razende. Hij liep zijn tekeningen wel honderd keer na, stookte zelf de vuren op en waakte over elke seconde van de bouw van de nieuwe gietvorm. Maar ten slotte was het zover dat een tweede poging kon worden gewaagd. De keizer werd gewaarschuwd. De werkplaats werd in gereedheid gebracht. Terwijl de zilveren stroom voor de tweede keer door de goten sijpelde, zweeg iedereen. Terwijl de klok afkoelde kon je een speld horen vallen. Ten slotte brak Kuan Yo met bevende handen de gietvorm open. Dit keer viel hij bijna flauw, zo groot was de schrik. Want de klok was gebarsten, en wel in drie stukken, een voor elke maand die hij eraan bezig was geweest. Opnieuw had hij een klok gemaakt die waardeloos was. Opnieuw had hij het geld van de keizer verspild.

Nu was Yung Lo een man met veel geduld. Menig keizer zou het falen van de klokkengieter, en wel tot tweemaal toe, als een persoonlijke belediging hebben opgevat en de arme man een ijselijke dood laten sterven. Maar Yung Lo werd niet boos. Hij gaf Kuan Yu een derde beurs met goudstukken, maar ditmaal boog hij zich daarbij voorover en fluisterde hem toe: 'Eenmaal tekortschieten was begrijpelijk. Tweemaal tekortschieten is vergeeflijk. Maar zelfs ik kan een derde keer niet door de vingers zien.' 'Ik begrijp het, Sire," zei de klokkengieter met bevende stem. 'Nog één mislukking en het kost je je leven,' zei de keizer. 'Je hebt drie maanden de tijd. Geef mij mijn klok, en anders is het afgelopen met je.'

Opnieuw toog Kuan Yu aan het werk, ditmaal met een bezwaard hart. Hij begon namelijk te geloven dat de klok vervloekt was, dat hij hem nooit zou kunnen voltooien. Zo trof zijn dochter hem op zekere avond aan, mismoedig voor het haarvuur gezeten met zijn hoofd in zijn handen. Kuan Yu was weduwenaar. Zijn vrouw was vele jaren geleden aan een ziekte gestorven en nu leefde hij alleen, met zijn dochter Ko-Ai. Ze was inmiddels zestien, een mooi meisje met amandelvormige ogen, lange zijdeachtige wimpers en haren zo zwart als middernacht. Ze was rank en sierlijk met een zoeke stem en als ze sprak, leek ze te zingen. Kuan Yu had zijn dochter innig lief. Toen Ko-Ai merkte hoe ongelukkig haar vader eruitzag, kwam ze naast hem zitten, legde haar hoofd in zijn schoot en vroeg hem wat er mis was. 'Tot tweemaal toe ben ik tegenover de keier tekortgeschoten,' prevelde hij. 'Als ik opnieuw faal ben ik ten dode opgeschreven. Maar ...' Hij draaide het ontwerp voor de derde klok zenuwachtig om en om. 'Ik ben bang dat het opnieuw verkeerd gaat,' fluisterde hij. 'Kon ik umaar helpen,' zei Ko-Ai. 'Je kunt niets voor me doen,' antwoordde Kuan Yu. 'De klok zal over een paar dagen gegoten worden. En daarna zul je alleen op de wereld zijn, lief kind.'

De volgende dagstond Ko-Ai heel vroeg op en sloop stilletjes het huis uit. Te voet trok ze helemaal naar de andere kant van de stad, tot ze het huis bereikte van een befaamd tovenaar, wiens naam Kuo Po was. Toen ze haar hand ophief om aan te kloppen, ging de deur vanzelf al open. Ze kwam in een donkere gang die vol wierookgeuren hing en die voerde naar een cirkelvormig vertrek waar de tovenaar in kleermakerszit zat te wachten op een biezen mat. 'Gegroet, Ko-Ai,' zei hij. 'U weet hoe ik heet,' riep ze uit. De tovenaar boog zijn kaalgeschoren hoofd. 'Het is mijn werk zulke dingen te weten. En ik ken ook de reden voor je komst. Je hebt een vraag. Ik waarschuw je: stel die vraag niet. Het antwoord zal je niet bevallen.' 'Maar ik moet het weten,' zei Ko-Ai met zachte stem. 'Goed dan. Ook de derde klok zal mislukken. Het gieten van de klok zal niet lukken, tenzij het bloed van een jong meisje met het gesmolten metaal wordt vermengd.' 'Maar ...' 'Ik heb je gewaarschuwd die vraag niet te stellen. Alleen het bloed van een jong meisje kan je vader voor de doodstraf behoeden. Ga nu heen.'

De dag was daar dat de klok voor de derde maal gegoten zou worden. Opnieuw toog de keizer op weg, maar ditmaal bevond zich onder zijn gevolg, behalve hovelingen en muzikanten, ook een scherprechter met een zwarte kap over zijn hoofd, die een bijl bij zich droeg. Voor de derde en laatste maal werd de kuip metaal tot het kookpunt verhit; de stoom kringelde op, het oppervlak borrelde en spatte. Zo intens was de hitte dat de aanwezigen in de werkplaats het zweet uitbrak. Maar kwam dat wel van de hitte? Want er hing ook angst in de lucht. En toen, juist toen het teken gegeven was om de kuip te kantelen, kwam Ko-Ai aangesneld over een steiger die vlak langs de zoldering liep. 'Vader!' schreeuwde ze. 'Ik doe dit voor u!' Toen sprong ze van de steiger af en stortte zich in de kuip met gesmolten metaal. Een bediende probeerde haar nog te grijpen, maar het enige wat hij te pakken kreeg, was de schoen die van haar voet glipte. Kuan Yu gaf een gil en viel in onmacht. Het meisje viel in de metaalmassa en verdween erin, als in een magische spiegel. Meteen klonk er een enorm gesis en een afschuwelijke stank steeg op. Op hetzelfde ogenblik kiepte de kuip, die men al bezig was te kantelen, helemaal om. Het metaal vloeide eruit en snelde door de goten de gietvorm in. Maar ditmaal vertoonde het zilver felrode strepen.

Niemand zou die nachtmerrie ooit nog vergeten. Kuan Yu moest naar zijn slaapvertrek worden geholpen en daar bleef hij voorgoed, volkomen kankzinnig door wat hij had aanschouwd. Wanneer hij daarna maar een klok hoorde luiden, begon hij te schuimbekken en waren er zes sterke kerels nodig om hem op zijn bed vast te snoeren.

Maar toen de klok was afgekoeld en de vorm werd opengebroken, ontdekte men dat de klok, zoals de tovenaar had voorspeld, Kuan Yu's grootste meesterwerk was. En ondanks alles wat eraan voorafgegaan was, gelastte de keizer dat zij in de toren moest worden opgehangen zoals de bedoeling ook was geweest. Toen de bewoners van Peking het verhaal van Ko-Ai's heldenmoed vernamen en de klok het huis uit hadden zien dragen door honderd sterke kerels, werden ze razend benieuwd naar de klank. Vol belangstelling keken de mensen toe hoe de klok werd opgehesen en in de toren werd opgehangen. En toen de dag daar was dat zij voor het eerst geluid zou worden, stonden de straten zo volgepakt dat niemand nog een vin kon verroeren. Zelfs de keizer verscheen om het eerste luiden bij te wonen. Eindelijk was het ogenblik daar. De klok werd aangeslagen en de klank die ze voortbracht was zo luid en zo indrukwekkend dat de keizer oprecht vond dat hij waar voor zijn geld had gekregen. Maar toen steeg er een kreet van afgrijzen op uit de menigte. Want op de galm van de klok volgde een ijselijk gekrijs, precies de kreet die Ko-Ai had geslaakt toen haar handen het kokende metaal raakten. En terwijl die wegstierf, kon men een woord horen fluisteren in de nagalm. Het woordje 'hsieh', en dat is het Chinese woord voor schoen - het enig wat men van Ko-Ai had kunnen redden.

Zo luidt de legende van de grote klok van Peking. En als je het niet gelooft, ga dan zelf naar die stad en wacht tot de klok wordt aangeslagen. Dan zul je zelf de gil horen, gevolgd door gefluister. En als ze je mochten vragen wat dat was, dan kun jij het ze vertellen.

Bron: Horowitz, A. (2005). De tien vingers van Sedna: Mythen en sagen uit de hele wereld. Antwerpen: Facet


Beleving

Deze mythe is een gruwelijk verhaal over hoe ver de vaderliefde van een dochter kan reiken. Ko-Ai bracht haar vader het grootste offer dat ze kon geven: haar eigen leven. De naïviteit en opoffering van het meisje deed me meteen denken aan een ander, bekender, Chinees verhaal. Dat van Hua Mulan. Daar neemt Mulan in het geheim de plaats van haar oude, zieke vader in het leger in. Ook het beeld dat Horowitz schetst over het oude China, komt in grote mate overeen met de beelden van de film Mulan. De omschrijvingen en toegankelijke taal zorgen ervoor dat de lezer zich de gebeurtenissen levendig kan voorstellen.

De mythe zal wellicht vaak verteld worden door gidsen die halt houden bij de toren. Een leuk weetje waarom volgens de legende de klok zo'n raar geluid maakt. Een echte verklarende of etiologische mythe.

Ik ben, net zoals Ko-Ai, een echt papa's kindje dus ik begrijp haar motief. Toch lijkt het mij geen plezierige dood, versmelten tot een klok ... Ik heb deze mythe gekozen omdat ze relatief onbekend is. De Noorse, Germaanse en Keltische mythen zijn net iets bekender dan de Chinese. Ik wilde mij daarom verdiepen in een Chinese mythe.

Dit verhaal zou als uitgangspunt kunnen dienen binnen het thema 'mythes uit de hele wereld'. Leerlingen kunnen opzoek gaan naar andere (vergelijkbare) mythes van over de hele wereld. Of ze kunnen zelf aan de slag gaan en een gelijkaardige mythe schrijven of de mythe verwerken tot een gedicht. Mogelijkheden genoeg!

Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin